Geschiedenis

Om meer te weten over het ontstaan en de oprichting van de Ex-prinsen vereniging van carnavalsvereniging De Bokkeriejesj van Groeët Ghen Heij moeten we teruggaan naar het begin van de jaren zeventig in de vorige eeuw. Er bestond geen club van de naoorlogse prinsen, er was zelfs nagenoeg geen contact tussen die mannen onderling.

 

De moedervereniging De Bokkeriejesj had een moeilijke tijd achter zich gelaten. Ondanks dat de vereniging al direct na de Tweede Wereldoorlog zich weer herkregen had en actief werd wist zij in 1948 al haar eerste naoorlogse prins te proclameren in de persoon van Jeu Beaujean. Hij was als Prins Jeu I gelijktijdig de eerste naoorlogse optochtprins van Groeët Ghen Heij. Jeu Beaujean was de oudste zoon van Math en Rosa Beaujean-Huijts en zij exploiteerden het hotel-café-restaurant ”Modern” gelegen aan de Ganzeweide 46. Het etablissement zou daarna het verenigingslokaal blijven van de carnavalsvereniging onder de naam van ”d’r Bokkesjtal” tot 1978. Vanaf 1961 veranderde de naam ”Modern” in ”Royal”.

 

Het aantal prinsen dat na Jeu Beaujean uitgeroepen werd volgde elkaar ieder jaar onafgebroken op. In 1953 werd Jan Hermans als Jan I geproclameerd, maar de watersnoodramp van 1 februari was er debet aan dat het carnaval volledig uitviel. Het carnavalsfeest werd verplaatst naar de zomer in augustus. Het feest kreeg een extra dementie omdat gelijktijdig het 5 x 11 jarig jubileum van de vereniging werd gevierd. Achter de keuken van d’r Bokkesjtal,  het hotel-café-restaurant ”Modern” van Beaujean-Huijts, werd een muur doorgebroken en er werd een forse feesttent aangebouwd. De periode van de vijftiger jaren tot aan het begin van de jaren zestig was voor de carnavalsvereniging zeer wisselvallig. Er was tamelijk veel verloop van leden en bestuurswisselingen. De vereniging had grote moeite om zich staande te houden, ze hadden nauwelijks financiële armslag. Ook in 1960-1961 was het moeilijk om een kandidaat prins te vinden, Jan Heijnen werd in 1961 voor de tweede keer prins. Een samengaan met de ”Springende Bök” van Nieuw Einde verhinderde dat de vereniging uit elkaar viel. Met de benoeming van de nieuwe Opperbok Thei Vrolings kwam er gelukkig verbetering in. Onder zijn leiding bloeide de vereniging weer op en werd het ledenaantal ook weer constant.

 

Niettemin werden de grote prinsenfoto’s van de ex-prinsen allemaal opgehangen in de kleine zaalruimte van het café-restaurant van Math en Rosa Beaujean-Huijts. De aanblik van deze statige foto’s en groeiende prinsengalerij was een lust voor het oog. Helaas ontstond er na de doorbraak van de buitenmuur lekkage en liepen enkele foto’s onherstelbare waterschade op. Gelukkig konden deze foto’s later opnieuw worden nagemaakt. Het was toen ook normaal dat na de abdicatie de prins nog een jaar mocht meegaan als ex-prins, maar daarna werd hij bedankt en kon hij vertrekken. Het was toen nog niet de gewoonte dat men automatisch kon toetreden tot de Raad van Elf. Er was al helemaal geen ambitie om een vereniging op te richten van ex-prinsen van de Bokkeriejesj.

 

Pas in 1972 toen Jan Vrolings werd uitgeroepen als Prins Jan III kwam daar verandering in. Na zijn abdicatie ging ook Jan nog een jaar mee als ex-prins. Jan werd wel gevraagd om lid te worden van de Raad van Elf en dat gebeurde ook. Het was echter door zijn toedoen dat in 1973 de idee werd opgevat om te bekijken of er een vereniging van ex-prinsen kon worden opgericht.

 

Het toenmalige bestuur van de carnavalsvereniging werd gevormd door Hein Holtus hij was na het overlijden van de voorzitter Niek Griek in 1974 tot interim voorzitter benoemd, Hub Huijts was de secretaris, Jan Vrolings was tweede secretaris, Wim Vliegen was de penningmeester en de Opperbok was Thei Vrolings. Thei Vrolings was zelf ook prins geweest in 1958 als Prins Thei II van de Bokkeriejesj. Nadat Jan Vrolings zijn idee gelanceerd had boden de overige bestuursleden direct de volle medewerking aan. Lid van de Raad van Elf was toen ook ex-prins Rijk I Valize, en ook hij zag er wel iets in en hij bood ook aan om mee op pad te gaan en de ex-prinsen te benaderen.

 

De beide secretarissen Hub Huijts en Jan Vrolings van de carnavalsvereniging hadden veel moeite en tijd besteed aan het opsporen van de adressen van alle naoorlogse prinsen. Voor zover bekend was toen iedereen nog in leven. Er werden groepjes van twee personen gevormd die op pad zouden gaan door o.a.: Thei Vrolings, Hein Holtus, Thijs Wijnen, Rijk Valize, Jan Vrolings en Hub Huijts. Er was afgesproken dat men de persoon in kwestie zou vragen of hij lid wilde worden en indien hij toestemde zou een eerste inleg van hem fl.100,00 verlangd worden.

 

Het werd een groot succes want niet minder dan 15 naoorlogse prinsen van de Bokkeriejesj en een Europaprins werden overgehaald om lid te worden waaronder: Jeu Beaujean 1948, Sjef Quadvlieg 1949, Jan Hermans 1953, Thijs Wijnen 1954, Men Theunissen 1955, Thei Vrolings 1958, Hub Heiligers 1959, Odeljo Tumulero 1963, Rijk Valize 1965, Hein Holtus 1970 Europaprins, Lei Raven 1971, Jan Vrolings 1972, Dré Somers 1973, Sjef Odekerken 1974.

 

De vereniging groeide snel, steeds meer ex-prinsen traden toe, maar de eerlijkheid gebied om ook te zeggen dat enkelen het ook weer snel lieten afweten. Het nieuwe bestuur van de ex-prinsen vereniging werd gevormd door Sjef Quaedvlieg voorzitter, Jan Vrolings penningmeester, Hub Huijts secretaris van de Bokkeriejesj nam tijdelijk het secretariaat op zich, dit werd na verloop van tijd overgenomen door Odeljo Tumulero.

 

Afgezien van de jaarlijkse contributie van fl.100,00 per lid had de vereniging geen inkomsten. Men besloot om hier snel wat aan te gaan doen en men begon kienavonden te organiseren eerst in het oude Corneliushuis, het patronaat, maar dat werd al snel te klein en men verhuisde naar de Pauluskerk in de Passart. Iedere dinsdag werd de gebedsruimte uitgeruimd en werden er klaptafels en stoelen neergezet door de leden van de ex-prinsen vereniging. De opbrengst van de kienavonden kon worden aangewend om de eerste Gala-avond met een keur aan artiesten voor het publiek te presenteren ook dit gebeurde nog in het oude Corneliushuis. Voor deze eerste Gala-avond werden de mannen van het eerste uur afgehaald aan d’r Bokkestjal, het hotel-café-restaurant van Beaujean-Huijts door de Koninklijke fanfare St.Joseph van Heerlerheide. Al snel verhuisde men ook voor de Gala-avond naar de Pauluskerk. In 1982 verhuisde men terug naar het nieuwe Corneliushuis aan de Heulsstraat omdat de Pauluskerk werd afgebroken.

 

 

Inmiddels bestaat de ex-prinsen vereniging van de Bokkeriejesj 40 jaar en het aantal leden groeit gestaag mee, de vereniging telt op dit moment meer dan 40 leden. Het is een goed gebruik geworden dat het bestuur van de ex-prinsen aan het eind van het regeringsjaar van de regerende prins hem benaderd met de vraag of hij wil toetreden tot de vereniging van ex-prinsen. Als de regerende prins daar positief op reageert wordt hij na zijn abdicatie officieel door de voorzitter van de ex-prinsen geïnstalleerd en krijgt hij de nieuwe muts met zijn naam erop en de bijbehorende medaille uitgereikt. In 1998 stopte Sjef Quaedvlieg met het voorzitterschap en gaf hij de hamer over aan Ger Dortant, de rest van het bestuur is geheel verjongd.  


Ex-Prinsen De Bokkeriejesj: